Freelance (Foto)Journalist? Je bent ook ondernemer!

Winnaars van de Olympiade. De wetenschappers van de toekomst.

Winnaars van de Olympiade. De wetenschappers van de toekomst.

Gisteren mailde een contactpersoon bij het ministerie van OCW: ‘Ik zat klaar om je te bellen, maar werd op mijn vingers getikt. Je zit niet in het raamcontract dat we sinds begin dit jaar moeten gebruiken en ga dus gedwongen met een fotograaf in zee die wel op die lijst staat.’
Op dat moment besefte ik ineens dat ik dit jaar weinig foto-opdrachten voor overheidsinstanties heb gedaan. Wel een paar, dus waarschijnlijk is het systeem (nog) niet waterdicht.

Onderzoek
Ook herinnerde ik me een bijeenkomst van de NVJ/NVF, waar een onderzoek werd gepresenteerd over tarieven, auteursrechten, onderhandelingen en toekomstverwachtingen voor freelance journalisten, schrijvers en fotografen.
Dankzij de cijfers die tijdens die bijeenkomst gepresenteerd werden, begreep ik waarom veel van mijn offertes niet tot opdrachten leiden. De gemiddelde tarieven zijn in vijf jaar tijd met ongeveer 40% gedaald, terwijl ik daar nooit in mee ben gegaan. Inflatie heb ik die vijf jaar niet meegerekend, dus ging ik er sowieso al op achteruit.

Ondernemer
Tijdens die bijeenkomst viel me op dat er weinig journalisten en fotografen aanwezig waren die óók als ondernemer denken. Terwijl ze dat meestal wel zijn.
Al snel werden de schuldigen van de dalende tarieven aangewezen: de uitgevers die de tarieven bepalen en freelancers onder druk zetten, amateurs die voor weinig of gratis werken en wat doet ‘de politiek’? En de NVJ?
Niemand die er aan dacht om naar zichzelf te kijken. Je bepaalt als ondernemer toch zelf voor welk tarief je wil werken?

Aanbesteding
Vlak voordat ik wilde reageren kreeg een jonge vrouw de microfoon. Zij was fotografe en confronteerde de kamerleden die bij het debat aanwezig waren met het feit dat óók de overheid misbruik maakt van freelancers.
Ze vertelde over een contract dat ze had getekend. Ze had meegedaan met een aanbesteding van de Rijksoverheid voor fotografie voor diverse ministeries, maar was het niet eens met de voorwaarden en vroeg zich af wat de kamerleden daar aan konden doen.
‘Maar je hebt wel getekend?’, vroeg D’66 kamerlid Kees Verhoeven. ‘Ja, anders zou ik geen opdrachten meer krijgen..’
Verhoeven was even stil. Misschien dacht hij net als ik: ‘Onderhandelen doe je toch niet nadat je al getekend hebt?’, maar hij beloofde kamervragen te stellen en heeft dat inmiddels ook gedaan.

Dalende tarieven en slechte voorwaarden
Na afloop van de bijeenkomst sprak ik de fotografe nog. Ik begrijp haar wel. Een groot deel van haar omzet kwam van de Rijksoverheid en ze had het gevoel dat ze met de rug tegen de muur stond. Toch vind ik het jammer dat ze een contract tekende waar ze eigenlijk niet achter staat, want dat is de reden dat de tarieven dalen en de voorwaarden verslechteren.
De enige manier om dat tegen te gaan is om met zijn allen de rug recht te houden en niet akkoord te gaan met lage tarieven en slechte voorwaarden. Kortom: we doen het onszelf aan.
Wijzen naar de NVJ/NVF of de politiek heeft geen zin. We zijn ondernemer en het wordt tijd dat we beseffen dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze omzet. De NVJ/NVF kan alleen adviseren. Het is niet toegestaan prijsafspraken te maken.

Eigen schuld
Voor mij was de Rijksoverheid geen hele grote opdrachtgever, maar door deze aanbesteding zal ik toch ongeveer
€ 5000 per jaar mislopen. Dat is jammer, maar mijn eigen schuld. Had ik maar op moeten letten, want ik wist van geen aanbesteding. Daarnaast weet ik ook niet zeker of ik wel had meegedaan. Dat zou afhankelijk zijn van de voorwaarden in het contract. Mijn ervaring met freelance-contracten is niet best, meestal wordt er veel geëist, maar weinig geboden.

Keuze
Hoe dan ook: de opdracht van het Ministerie van OCW gaat niet door. Dat vind ik jammer. Het is een onderwerp dat ik ieder jaar in beeld bracht: de huldiging van de winnaars van de nationale Olympiades. Dat deed ik inmiddels 14 jaar en het voelde als een traditie. Naast dat het een goede opdracht was, vond ik het ook leuk. Ieder jaar die slimme scholieren fotograferen die, vaak door hun ouders in hun netste kleren gehesen, ietwat verlegen of verveeld hun prijs in ontvangst nemen en de vragen van de staatssecretaris of minister van onderwijs beantwoorden.
Misschien wordt de opdracht nu uitgevoerd door de fotografe die dat tegen voorwaarden doet waar ze het niet mee eens is, maar dat is haar keuze.

Verkopen
Zelf neig ik er steeds meer naar om werk rechtstreeks te verkopen aan geïnteresseerden. Niet meer via grote uitgevers, niet meer via stockbureaus. ‘Cut out the middleman’, want daar blijft de meeste winst hangen. Foto’s verkoop ik rechtstreeks via mijn website en artikelen verkoop ik nu ook los aan geïnteresseerden.
Het is allemaal nog redelijk experimenteel, maar ik vind het wel leuk: sinds kort kan iedereen tegen betaling artikelen van mijn hand lezen via The Post Online Magazine en via Blendle.
Twee artikelen van mij zijn daar nu te lezen: een spectaculaire reportage over een van de grootste gevangenissen in de VS, waar gedetineerden meedoen aan de jaarlijkse Rodeo en een reportage over de strijd tussen professionele voetbalfotografen en amateurs.

Zo word ik eigenlijk ook een beetje marktkoopman:

‘EEN REPORTAGE IN DE MORGEN IS EEN DAG ZONDER ZORGEN!’

Dus als jullie allemaal de reportages willen lezen en daar € 0,28 per stuk voor over hebben, maken jullie misschien mijn door de aanbesteding gemiste omzet wel goed.
Als dat lukt, verloot ik een foto-afdruk van ongeveer A4 formaat, naar keuze: http://www.gerritdeheus.com

‘WIE MAAKT ME LOS?!’
 

Zwarte Piet, 1,4 miljoen views (slot)

Het begon vrolijk

Ik schrijf wel eens een artikel voor mijn blog. Meestal over fotografie, journalistiek of video. Via Twitter en Facebook deel ik het bericht en dan zijn er altijd wel een aantal mensen die dat lezen, vooral familie, vrienden en vakgenoten. Met een beetje geluk reageert er iemand: “Leuk blog!” of: “Mooie foto”. Maar dat is het dan wel zo’n beetje.

Malieveld

Hoe anders was het zaterdag 26 oktober 2013. Op het Malieveld in Den Haag fotografeerde ik de demonstratie voor het behoud van Zwarte Piet.
De middag begon vrolijk met muziek en dansende en zingende Zwarte Pieten. Maar het eindigde anders. Een groep demonstranten zag een vrouw met een vlag en concludeerde dat zij een tegendemonstrante was. Over wat er daarna gebeurde, schreef ik een artikel en plaatste dat op mijn blog.

Olievlek

Zoals gewoonlijk verspreidde ik het artikel via Twitter en Facebook en ik ging over tot de orde van de dag.
Toen ik even later op Twitter keek, zag ik dat het aardig werd geretweet en ook op Facebook werd het bericht vaak gedeeld. ‘Je gaat viral’, kreeg ik van een vriend door. Met een vette knipoog. Maar de knipoog bleek onterecht, het artikel verspreidde zich echt als een olievlek.

Mailbox

Toen ik de volgende dag mijn mailbox opende, zag ik dat ik zo’n 600 ongeopende berichten had en per minuut kwamen er twee nieuwe bij. Op Twitter was een voortdurende stroom aan mentions opgang gekomen en ik werd bedolven onder de berichten en ‘likes’ op Facebook. Het artikel had wat losgemaakt.

Nadelen

Het is natuurlijk altijd prettig als je werk gezien wordt, je maakt het niet voor niets. Maar het heeft ook nadelen, zo merkte ik. De reacties kun je niet negeren. Er kwamen vragen en opmerkingen waar ik op moest reageren. Over objectiviteit, betrouwbaarheid en integriteit. Dat doen familie en vrienden nooit.

Tijd

Het kost even tijd om 1700 reacties te verwerken. Maar de mensen die reageren hebben haast. Gewend aan het reageren op grote nieuwssites, willen ze meteen hun reactie terugzien op de website. Maar ik wilde de reacties toch nog wel filteren op grof taalgebruik.
Dan komen er mailtjes binnen van mensen die gereageerd hebben, maar niets terugzien op de website: “Word ik gecensureerd?!!” Waarop ik weer uitleg hoe ik werk en vooral: ik werk alleen.
Het overgrote deel van de reacties was positief, maar er zaten natuurlijk ook negatieve reacties tussen en er kwamen vragen en opmerkingen waar ik in een tweede artikel weer op gereageerd heb.

Media

Terwijl ik druk bezig was de reacties te verwerken kregen de overige media ook lucht van het artikel. Hart van Nederland belde als eerste, maar kort daarna volgden ‘RTL Late Night‘, ‘De Wereld Draait Door‘, ‘Radio Veronica‘ en maandagochtend belde Giel Beelen.
Aan Hart van Nederland besloot ik niet mee te doen. Vooral omdat ik vind dat het verhaal niet om mij gaat, maar om mevrouw Kaisiëpo. Over RTL Late Night en De Wereld Draait Door, twijfelde ik. “Wil ik wel op televisie, voegt het iets toe? En welk programma?” Want ik moest kiezen. De redactrices die ik sprak hadden alle begrip voor mijn twijfels en gaven me de mogelijkheid om er een nachtje over te slapen.

Lou Reed

Die avond overleed Lou Reed en ik dacht meteen: “De Wereld Draait Door zal sowieso afhaken.”
Dat klopte. Naast het overlijden van Lou Reed was er nog meer nieuws: een flinke storm had een leven gekost in Amsterdam. De actualiteit had het nieuws rond de Zwarte Pieten demonstratie ingehaald. De redactrice verontschuldigde zich, maar natuurlijk begrijp ik de keuze. Het programma heet niet voor niets ‘De Wereld Draait Door’.
Ook de redactrice van RTL Late Night maakte uitgebreid excuses. Daar kreeg ook het nieuws over de storm de voorkeur boven de Zwarte Pieten. Logisch.
Voor mezelf vond ik het niet zo heel erg,  maar voor mevrouw Kaisiëpo vond ik het wel jammer. Hoe meer aandacht voor haar ‘zaak’ hoe beter. Gelukkig heeft ze, naast Hart van Nederland, ook haar verhaal kunnen doen bij ‘Raymann is laat

Telefoontje

Een ander nadeel van alle aandacht voor het blog was dat de ‘demonstranten’ die ik gefotografeerd heb er ook lucht van kregen. Het eerste telefoontje kwam een paar dagen na de demonstratie: “Ben jij degene die die foto’s gemaakt heeft op het Malieveld? Die staan op Twitter, haal die er eens snel vanaf, dat kan zomaar niet!”
Ik legde uit dat ik de foto’s op mijn website heb geplaatst en dat anderen die verspreid hebben. En dat ik ze dan niet meer van Twitter kan krijgen. “Oké, dan ga ik verder kijken…’ zei ze en ze hing op.

Marco

Weer een dag later belde ene ‘Marco’. Hij was erbij geweest en vond dat ik de situatie niet goed had weergegeven. De man op de foto werd nu bedreigd en dat heeft hij niet verdiend, vond hij.
Toen ik vroeg of die man familie van hem is, was het even stil, maar vervolgens bevestigde hij dat.
Marco wilde graag afspreken om het een en ander te bespreken en zijn kant van het verhaal te vertellen.
Ik vroeg hem waarom dat niet telefonisch kon. Maar dat wilde hij niet en hij vond het zwak dat ik niet wilde meewerken.

Bedreigd

Marco heeft ook een reactie achtergelaten op het eerste artikel waarin hij beweert dat ik het ‘halve verhaal’ vertel. Ik heb geantwoord dat hij in een volgende reactie zijn verhaal kan vertellen. Ik censureer niets.
Maar ik vind het goed dat hij belde en het op wilde nemen voor een familielid dat bedreigd wordt en
ik wil benadrukken dat het nooit mijn bedoeling is geweest om zulke reacties op te roepen.
Als deze man bedreigd of geïntimideerd wordt, overkomt hem hetzelfde als mevrouw Kaisiëpo en dat wilden we toch juist niet met zijn allen?

Balans

Nu alles een beetje rustiger wordt, is het tijd om de balans op te maken. Wat hebben we bereikt?
Er is in ieder geval aandacht geweest voor de petitie ‘Stop de ‘slow motion’ genocide in West-Papoea‘.
Op zaterdag stond de teller op nog geen 3000 handtekeningen, nu (31 oktober 2013) staat de teller op bijna 29.000. En er is discussie ontstaan over belangrijke onderwerpen als racisme en discriminatie.

Onafhankelijk

Wat ook opvalt, is het aantal verzoeken om me in te zetten voor actiegroepen en andere organisaties.
En ik kreeg het verzoek om aangifte te doen tegen racisme en discriminatie en de foto’s aan de politie te leveren. Goed bedoeld, maar dat heb ik allemaal afgewezen. Ik ben onafhankelijk (foto)journalist en dat wil ik graag zo houden.

Vier maal De Volkskrant

Wat heb ik er zelf aan gehad? Het was in ieder geval een bijzondere ervaring. Op zondag hebben ruim een miljoen mensen mijn blog bezocht. Dat is ruim twee keer zoveel als de oplage van de Telegraaf of ruim vier maal De Volkskrant of tien maal Trouw. Sinds zaterdag zijn het er bij elkaar bijna anderhalf miljoen. Ongeveer 2000 mensen lieten een reactie achter.
Veel mensen denken dat ik hier heel veel aan verdiend heb. Dat valt erg mee. Zoals iedereen weet is internet gratis en die anderhalf miljoen lezers hebben geen vrijwillige financiële bijdrage geleverd. Ik kreeg wel verzoeken om het artikel op nieuwssites te plaatsen, maar daar zou niet voor betaald worden.
Crowdfunden met terugwerkende kracht zal niet lukken, vrees ik. Maar ik heb natuurlijk wel een aantal foto’s verkocht aan verschillende media.

Narratus Multimedia

Naar alle waarschijnlijkheid is dit mijn laatste artikel over dit onderwerp. Genoeg is genoeg.
Het wordt tijd dat ik me weer ga richten op mijn echte werk. Iets waar ik ook wat mee verdien.
Want naast mijn journalistieke werk heb ik ook nog een multimediabedrijf: Narratus Multimedia. Wij leveren webdocumentaires (beeldverhalen), videoreportages en we maken natuurlijk (journalistieke)fotoreportages en portretten.
En nu er anderhalf miljoen mensen zijn die mij kennen, verwacht ik het natuurlijk heel druk te krijgen.

Iedereen bedankt voor de reacties en ondanks dat het pas oktober is: alvast een gezellige Sinterklaasviering.

Gerrit de Heus

Dank voor alle reacties. We zijn inmiddels een week verder, dus het lijkt goed om deze discussie af te sluiten. Nieuwe reacties worden niet meer gepubliceerd.

 

 

Hoe fotografeer je een spook?

Je kunt als fotograaf de opdracht precies zo uitvoeren als van tevoren is bedacht door de opdrachtgever.
Je kunt ook je eigen draai eraan geven. Beter is het allebei te doen en de opdrachtgever positief verrassen.

Spoken

Als fotograaf krijg je soms vreemde opdrachten. Zo werd ik een aantal jaren geleden gebeld door een redactrice van het personeelsblad van het ministerie van OCW. Of ik foto’s wilde maken voor bij een artikel over de Haagse villa van de Raad voor Cultuur. Volgens sommige medewerkers zou het er spoken.

Interieurfoto’s

Bij de villa aangekomen ontmoette ik de redactrice. Zij zou een groot gedeelte van de nacht in de villa doorbrengen in de hoop het spook te ontmoeten. Of misschien hoopte ze eigenlijk van niet.
Omdat ik de kans op een ontmoeting met een spook niet heel hoog achtte, overlegde ik met haar, mijn opdrachtgever, hoe ik dit het beste kon fotograferen. Zij stelde voor wat interieurfoto’s te maken.

Bedrijfsjournalistiek

De villa is een oud gebouw en het was redelijk donker binnen, maar echt spooky wilden de foto’s niet worden, het werden gewone interieurfoto’s. Dat zal je net zien. Heb je een spook nodig, laat hij zich niet zien.
Ik besloot dan maar een spook te creëren. Als fotojournalist kun je dat natuurlijk niet doen, maar in dit geval maakte ik de foto’s als fotograaf voor een personeelsblad en in de bedrijfsjournalistiek heb je wat dat betreft wat meer ruimte. Daarnaast ging ik er vanuit dat de meeste lezers van het blad wel zouden begrijpen dat de schim op de foto geen echt spook was.

Statief

Maar hoe creëer je een spook en hoe fotografeer je dat vervolgens?
Het creëren en fotograferen van een spook gaat in één moeite door: ik vroeg de journaliste haar jas aan te trekken en haar capuchon over haar hoofd te trekken en heel langzaam de trap af te lopen.
Ik zette mijn camera op statief  en de sluiter 2,5 seconden open. En het spook liet zich zien.

Meedenken

Het mooie van dit soort opdrachten vind ik dat  je als fotograaf mee kunt denken met je opdrachtgever.
Natuurlijk is het belangrijk dat je de techniek beheerst, maar uit ervaring weet ik dat opdrachtgevers het waarderen wanneer je zelf ook met ideeën komt.
Nadat ik de foto’s had gemaakt, liet ik de journaliste achter in de donkere villa.

We hebben nooit meer iets van haar vernomen…..spooky.

Het spook in de villa van de Raad voor Cultuur

Het spook in de villa van de Raad voor Cultuur

Mijn top 5 van Nederlandse fotojournalisten

 

Fotojournalist Cor de Kock wacht op de zonsverduistering

 

Hoewel de fotojournalistiek onder druk staat, telt Nederland nog een flink aantal goede fotojournalisten. Dit is mijn persoonlijke top 5. Reacties en aanvullingen zijn van harte welkom.


5 Martijn Beekman

Hagenaar Martijn Beekman is de beste fotograaf op en rond het Binnenhof. En vooral daarom bekend. Maar wie zijn website http://www.martijnbeekman.nl/ bekijkt, ziet dat hij veel meer kan.
Zo is hij ook erg goed in het vastleggen van het dagelijks leven. Met humor en respect. Zoals deze foto, gemaakt tijdens een les solliciteren van een reïntegratiecursus: http://www.martijnbeekman.nl/frame.php?itemId=53855 (Geen directe link. Foto nummer 21)

4 Pim Ras

Pim Ras is jaarlijks grootverdiener als het gaat om prijzen bij de Zilveren Camera. Vooral in de categorie ‘Sport’, maar de laatste jaren ook in categorieën als ‘Politiek’ en ‘Nieuws’. Vorig jaar won hij de hoofdprijs met de foto van Karst T. De dader van de aanslag in Apeldoorn. Zijn website: http://www.pimras.nl/

3 Robin Utrecht

Robin Utrecht heeft een instinct voor nieuws en laat zich door niets en niemand tegenhouden om het in beeld te brengen. Hij werd in 2002 gekozen tot Fotojournalist van het Jaar én won de Zilveren Camera met een foto van het ontzielde lichaam van Pim Fortuyn op het Mediapark in Hilversum. Terwijl zijn collega’s voor een hek wachtten, klom Utrecht over een ander hek om deze iconische foto te maken. Zijn website: www.robinutrecht.nl

2 Joost van den Broek

Joost van den Broek is voornamelijk bekend van zijn werk in de Volkskrant. Een nieuwsfotograaf die zich heeft gespecialiseerd in geëngageerde reportages met betrekking tot de multiculturele samenleving en het vluchtelingen- en asielbeleid. Daarnaast maakt hij fantastische portretten. Een combinatie die je niet vaak ziet. Hij is de afgelopen jaren veelvuldig in de prijzen gevallen. Zo werd hij in 2006 én in 2008 gekozen tot Fotojournalist van het Jaar.

1 Jerry Lampen

De Rotterdamse fotograaf Jerry Lampen werkt voor het Britse persbureau Reuters. Hij heeft naam gemaakt met reportages in landen als Afghanistan, Rusland en Israël. In 2003 won hij de eerste prijs in de World Press Photo, General News category , met foto’s van rouwende vrouwen in Gaza: http://bit.ly/ayYv65, won hij de Zilveren Camera én werd hij uitgeroepen tot fotojournalist van het jaar, een titel die hij twee jaar daarvoor ook al kreeg.

Nikkelen Nelis

De moderne journalist moet van alle markten thuis zijn. Waar ooit het gereedschap bestond uit een blocnote en een pen, sleept hij nu een rugzak mee met videocamera, fototoestel en geluidsrecorder. De journalist is multimediaal en werkt crossmediaal. Daarmee doet hij of zij denken aan een Nikkelen Nelis, zo’n muzikant die probeert met handen, voeten en lippen het geluid van een compleet orkest te produceren.
De muziek van de Nikkelen Nelis klinkt vaak wat vals, omdat het lastig is om tegelijkertijd te trommelen én trompet te spelen. Zoals het voor een journalist ook lastig is om aantekeningen te maken tijdens het fotograferen of andersom.
Het gevaar van mutimediaal werken is dan ook dat de kwaliteit van het journalistieke product in zijn geheel achteruit gaat. Een goed artikel schrijven en een goede foto maken zijn twee verschillende dingen. Wanneer je beiden moet doen is de kans groot dat het ene onderdeel ten koste gaat van het andere of, nog erger, dat je beide onderdelen half doet.

Omdat op de meeste redacties de schrijvende journalisten het voor het zeggen hebben en beeldredacties schaars zijn, komt het vaker voor dat schrijvende journalisten fotograferen dan dat fotografen schrijven. Met als gevolg dat vooral de kwaliteit van de fotografie achteruit gaat.
Als fotograaf vind ik dat zonde. Niet omdat het om mijn broodwinning gaat, maar omdat ik liever een krant, tijdschrift of website zie waar fotografie serieus wordt genomen en misschien zelfs van toegevoegde waarde is.
Vaak hoor ik journalisten roepen dat het met de camera’s van tegenwoordig geen probleem meer is om een goede foto te maken. Een vreemd misverstand. Alsof het alleen om het gereedschap gaat. Zo geredeneerd zou ik kunnen zeggen dat ik met de juiste pen een interessant artikel zou kunnen schrijven.
Ik begrijp best dat we niet terug kunnen in de tijd en dat journalisten multimediaal zullen blijven werken. Maar het zou mooi zijn wanneer journalisten het fotograferen dan wel serieus zouden nemen. Verdiep je er een beetje in. Vergelijk je foto’s met die van professionele fotografen en leer daar van.

Nu moeten wij fotografen ons werk ook weer niet groter maken dan het is. We zijn makkelijker te vervangen dan de gemiddelde chirurg. Daarom geef ik de komende tijd, op dit blog, tips aan journalisten en redacteuren die ook fotograferen. Want wanneer je naast goed trommelen beter trompet leert te spelen, wordt de muziek daar alleen maar beter van.

Vandaag, vijf jaar geleden (4)

Chinatown

23 september 2005 - George Bush was niet populair in Chinatown, San Francisco