Zwarte Piet, 1,4 miljoen views (slot)

Het begon vrolijk

Ik schrijf wel eens een artikel voor mijn blog. Meestal over fotografie, journalistiek of video. Via Twitter en Facebook deel ik het bericht en dan zijn er altijd wel een aantal mensen die dat lezen, vooral familie, vrienden en vakgenoten. Met een beetje geluk reageert er iemand: “Leuk blog!” of: “Mooie foto”. Maar dat is het dan wel zo’n beetje.

Malieveld

Hoe anders was het zaterdag 26 oktober 2013. Op het Malieveld in Den Haag fotografeerde ik de demonstratie voor het behoud van Zwarte Piet.
De middag begon vrolijk met muziek en dansende en zingende Zwarte Pieten. Maar het eindigde anders. Een groep demonstranten zag een vrouw met een vlag en concludeerde dat zij een tegendemonstrante was. Over wat er daarna gebeurde, schreef ik een artikel en plaatste dat op mijn blog.

Olievlek

Zoals gewoonlijk verspreidde ik het artikel via Twitter en Facebook en ik ging over tot de orde van de dag.
Toen ik even later op Twitter keek, zag ik dat het aardig werd geretweet en ook op Facebook werd het bericht vaak gedeeld. ‘Je gaat viral’, kreeg ik van een vriend door. Met een vette knipoog. Maar de knipoog bleek onterecht, het artikel verspreidde zich echt als een olievlek.

Mailbox

Toen ik de volgende dag mijn mailbox opende, zag ik dat ik zo’n 600 ongeopende berichten had en per minuut kwamen er twee nieuwe bij. Op Twitter was een voortdurende stroom aan mentions opgang gekomen en ik werd bedolven onder de berichten en ‘likes’ op Facebook. Het artikel had wat losgemaakt.

Nadelen

Het is natuurlijk altijd prettig als je werk gezien wordt, je maakt het niet voor niets. Maar het heeft ook nadelen, zo merkte ik. De reacties kun je niet negeren. Er kwamen vragen en opmerkingen waar ik op moest reageren. Over objectiviteit, betrouwbaarheid en integriteit. Dat doen familie en vrienden nooit.

Tijd

Het kost even tijd om 1700 reacties te verwerken. Maar de mensen die reageren hebben haast. Gewend aan het reageren op grote nieuwssites, willen ze meteen hun reactie terugzien op de website. Maar ik wilde de reacties toch nog wel filteren op grof taalgebruik.
Dan komen er mailtjes binnen van mensen die gereageerd hebben, maar niets terugzien op de website: “Word ik gecensureerd?!!” Waarop ik weer uitleg hoe ik werk en vooral: ik werk alleen.
Het overgrote deel van de reacties was positief, maar er zaten natuurlijk ook negatieve reacties tussen en er kwamen vragen en opmerkingen waar ik in een tweede artikel weer op gereageerd heb.

Media

Terwijl ik druk bezig was de reacties te verwerken kregen de overige media ook lucht van het artikel. Hart van Nederland belde als eerste, maar kort daarna volgden ‘RTL Late Night‘, ‘De Wereld Draait Door‘, ‘Radio Veronica‘ en maandagochtend belde Giel Beelen.
Aan Hart van Nederland besloot ik niet mee te doen. Vooral omdat ik vind dat het verhaal niet om mij gaat, maar om mevrouw Kaisiëpo. Over RTL Late Night en De Wereld Draait Door, twijfelde ik. “Wil ik wel op televisie, voegt het iets toe? En welk programma?” Want ik moest kiezen. De redactrices die ik sprak hadden alle begrip voor mijn twijfels en gaven me de mogelijkheid om er een nachtje over te slapen.

Lou Reed

Die avond overleed Lou Reed en ik dacht meteen: “De Wereld Draait Door zal sowieso afhaken.”
Dat klopte. Naast het overlijden van Lou Reed was er nog meer nieuws: een flinke storm had een leven gekost in Amsterdam. De actualiteit had het nieuws rond de Zwarte Pieten demonstratie ingehaald. De redactrice verontschuldigde zich, maar natuurlijk begrijp ik de keuze. Het programma heet niet voor niets ‘De Wereld Draait Door’.
Ook de redactrice van RTL Late Night maakte uitgebreid excuses. Daar kreeg ook het nieuws over de storm de voorkeur boven de Zwarte Pieten. Logisch.
Voor mezelf vond ik het niet zo heel erg,  maar voor mevrouw Kaisiëpo vond ik het wel jammer. Hoe meer aandacht voor haar ‘zaak’ hoe beter. Gelukkig heeft ze, naast Hart van Nederland, ook haar verhaal kunnen doen bij ‘Raymann is laat

Telefoontje

Een ander nadeel van alle aandacht voor het blog was dat de ‘demonstranten’ die ik gefotografeerd heb er ook lucht van kregen. Het eerste telefoontje kwam een paar dagen na de demonstratie: “Ben jij degene die die foto’s gemaakt heeft op het Malieveld? Die staan op Twitter, haal die er eens snel vanaf, dat kan zomaar niet!”
Ik legde uit dat ik de foto’s op mijn website heb geplaatst en dat anderen die verspreid hebben. En dat ik ze dan niet meer van Twitter kan krijgen. “Oké, dan ga ik verder kijken…’ zei ze en ze hing op.

Marco

Weer een dag later belde ene ‘Marco’. Hij was erbij geweest en vond dat ik de situatie niet goed had weergegeven. De man op de foto werd nu bedreigd en dat heeft hij niet verdiend, vond hij.
Toen ik vroeg of die man familie van hem is, was het even stil, maar vervolgens bevestigde hij dat.
Marco wilde graag afspreken om het een en ander te bespreken en zijn kant van het verhaal te vertellen.
Ik vroeg hem waarom dat niet telefonisch kon. Maar dat wilde hij niet en hij vond het zwak dat ik niet wilde meewerken.

Bedreigd

Marco heeft ook een reactie achtergelaten op het eerste artikel waarin hij beweert dat ik het ‘halve verhaal’ vertel. Ik heb geantwoord dat hij in een volgende reactie zijn verhaal kan vertellen. Ik censureer niets.
Maar ik vind het goed dat hij belde en het op wilde nemen voor een familielid dat bedreigd wordt en
ik wil benadrukken dat het nooit mijn bedoeling is geweest om zulke reacties op te roepen.
Als deze man bedreigd of geïntimideerd wordt, overkomt hem hetzelfde als mevrouw Kaisiëpo en dat wilden we toch juist niet met zijn allen?

Balans

Nu alles een beetje rustiger wordt, is het tijd om de balans op te maken. Wat hebben we bereikt?
Er is in ieder geval aandacht geweest voor de petitie ‘Stop de ‘slow motion’ genocide in West-Papoea‘.
Op zaterdag stond de teller op nog geen 3000 handtekeningen, nu (31 oktober 2013) staat de teller op bijna 29.000. En er is discussie ontstaan over belangrijke onderwerpen als racisme en discriminatie.

Onafhankelijk

Wat ook opvalt, is het aantal verzoeken om me in te zetten voor actiegroepen en andere organisaties.
En ik kreeg het verzoek om aangifte te doen tegen racisme en discriminatie en de foto’s aan de politie te leveren. Goed bedoeld, maar dat heb ik allemaal afgewezen. Ik ben onafhankelijk (foto)journalist en dat wil ik graag zo houden.

Vier maal De Volkskrant

Wat heb ik er zelf aan gehad? Het was in ieder geval een bijzondere ervaring. Op zondag hebben ruim een miljoen mensen mijn blog bezocht. Dat is ruim twee keer zoveel als de oplage van de Telegraaf of ruim vier maal De Volkskrant of tien maal Trouw. Sinds zaterdag zijn het er bij elkaar bijna anderhalf miljoen. Ongeveer 2000 mensen lieten een reactie achter.
Veel mensen denken dat ik hier heel veel aan verdiend heb. Dat valt erg mee. Zoals iedereen weet is internet gratis en die anderhalf miljoen lezers hebben geen vrijwillige financiële bijdrage geleverd. Ik kreeg wel verzoeken om het artikel op nieuwssites te plaatsen, maar daar zou niet voor betaald worden.
Crowdfunden met terugwerkende kracht zal niet lukken, vrees ik. Maar ik heb natuurlijk wel een aantal foto’s verkocht aan verschillende media.

Narratus Multimedia

Naar alle waarschijnlijkheid is dit mijn laatste artikel over dit onderwerp. Genoeg is genoeg.
Het wordt tijd dat ik me weer ga richten op mijn echte werk. Iets waar ik ook wat mee verdien.
Want naast mijn journalistieke werk heb ik ook nog een multimediabedrijf: Narratus Multimedia. Wij leveren webdocumentaires (beeldverhalen), videoreportages en we maken natuurlijk (journalistieke)fotoreportages en portretten.
En nu er anderhalf miljoen mensen zijn die mij kennen, verwacht ik het natuurlijk heel druk te krijgen.

Iedereen bedankt voor de reacties en ondanks dat het pas oktober is: alvast een gezellige Sinterklaasviering.

Gerrit de Heus

Dank voor alle reacties. We zijn inmiddels een week verder, dus het lijkt goed om deze discussie af te sluiten. Nieuwe reacties worden niet meer gepubliceerd.

 

 

Jij hebt zeker wel een goede camera?

Het is me regelmatig overkomen dat ik mijn foto’s aan belangstellenden liet zien en de reactie kreeg: “Mooi. Jij hebt zeker wel een goede camera?”

Mijn antwoord is inmiddels net zo’n cliché geworden, als de vraag. Zij het in verschillende variaties: “Lekker gegeten, u heeft zeker wel goede pannen?” Of: “Ik ga een paar klapschaatsen kopen, dan kan ik meedoen aan de Olympische Spelen.” En zo heb ik er nog wel een paar.

Voetbalwedstrijd
Niet dat ik me druk maak om dat soort vragen. Ik vind het eigenlijk wel grappig.
Nog leuker is het wanneer je in de praktijk mensen tegenkomt die écht denken dat wanneer je goede apparatuur hebt, de rest vanzelf gaat.
Zo zat ik eens, in opdracht van het AD/Haagsche Courant, langs de lijn bij een voetbalwedstrijd. Gewoon amateurvoetbal.
Er kwam een man naast me zitten. Hij pakte zijn camera uit zijn tas, een Canon 1D Mark III, en schroefde daar een Canon 300 mm/F2.8 op.
De man begon enthousiast te fotograferen. Hij schoot op alles wat bewoog en liet de motordrive lekker door rammelen. “Hij zal wel haast hebben”, dacht ik nog “misschien moet hij nog naar een andere wedstrijd.”

Basiskennis
Toen het geratel naast me even ophield zag ik hem op het schermpje achterop zijn camera kijken. Hij zette grote ogen op en keek mij vertwijfeld aan. “Mag ik even wat vragen?”, zei hij voorzichtig. “Ik snap er niets van. Steeds wanneer ik mijn camera omhoog richt om een kopduel te fotograferen, verandert de belichting.”
Ik dacht even dat hij een geintje maakte, maar de vraag bleek serieus. De man had zijn camera op de automaat gezet en ging er van uit dat het dan wel goed zou komen. Hij begreep niet dat wanneer je je camera op de lucht richt, deze veel meer licht meet en dat je onderwerp (de voetballers) in dat geval onderbelicht worden. De basiskennis ontbrak bij deze man.

Nieuwe pannen
Geeft niets. Iedereen moet het leren en iedereen kan het leren. Zo ingewikkeld is het niet.
Ik begrijp alleen niet dat iemand zo’n € 12.000 aan apparatuur uitgeeft, maar niet weet hoe het spul werkt.
Ter plekke heb ik hem nog het een en ander uitgelegd in de hoop dat hij toch nog met goede foto’s thuis zou komen. Als dank nodigde hij me uit om bij hem te komen eten. “Ik heb nieuwe pannen”,  zei hij trots.

Kijk ook even naar het filmpje. Mooie voorbeelden van enthousiaste amateurfotografen:

Nikkelen Nelis

De moderne journalist moet van alle markten thuis zijn. Waar ooit het gereedschap bestond uit een blocnote en een pen, sleept hij nu een rugzak mee met videocamera, fototoestel en geluidsrecorder. De journalist is multimediaal en werkt crossmediaal. Daarmee doet hij of zij denken aan een Nikkelen Nelis, zo’n muzikant die probeert met handen, voeten en lippen het geluid van een compleet orkest te produceren.
De muziek van de Nikkelen Nelis klinkt vaak wat vals, omdat het lastig is om tegelijkertijd te trommelen én trompet te spelen. Zoals het voor een journalist ook lastig is om aantekeningen te maken tijdens het fotograferen of andersom.
Het gevaar van mutimediaal werken is dan ook dat de kwaliteit van het journalistieke product in zijn geheel achteruit gaat. Een goed artikel schrijven en een goede foto maken zijn twee verschillende dingen. Wanneer je beiden moet doen is de kans groot dat het ene onderdeel ten koste gaat van het andere of, nog erger, dat je beide onderdelen half doet.

Omdat op de meeste redacties de schrijvende journalisten het voor het zeggen hebben en beeldredacties schaars zijn, komt het vaker voor dat schrijvende journalisten fotograferen dan dat fotografen schrijven. Met als gevolg dat vooral de kwaliteit van de fotografie achteruit gaat.
Als fotograaf vind ik dat zonde. Niet omdat het om mijn broodwinning gaat, maar omdat ik liever een krant, tijdschrift of website zie waar fotografie serieus wordt genomen en misschien zelfs van toegevoegde waarde is.
Vaak hoor ik journalisten roepen dat het met de camera’s van tegenwoordig geen probleem meer is om een goede foto te maken. Een vreemd misverstand. Alsof het alleen om het gereedschap gaat. Zo geredeneerd zou ik kunnen zeggen dat ik met de juiste pen een interessant artikel zou kunnen schrijven.
Ik begrijp best dat we niet terug kunnen in de tijd en dat journalisten multimediaal zullen blijven werken. Maar het zou mooi zijn wanneer journalisten het fotograferen dan wel serieus zouden nemen. Verdiep je er een beetje in. Vergelijk je foto’s met die van professionele fotografen en leer daar van.

Nu moeten wij fotografen ons werk ook weer niet groter maken dan het is. We zijn makkelijker te vervangen dan de gemiddelde chirurg. Daarom geef ik de komende tijd, op dit blog, tips aan journalisten en redacteuren die ook fotograferen. Want wanneer je naast goed trommelen beter trompet leert te spelen, wordt de muziek daar alleen maar beter van.