Hoe betrouwbaar is Twitter-journalistiek?

Toen Twitter nog niet bestond

Toen Twitter nog niet bestond

Nog niet zo heel lang geleden waren we afhankelijk van journalisten voor onze nieuwsvoorziening. Maar nu iedereen een bericht kan schrijven of een foto kan maken én dat eenvoudig kan verspreiden, wat is dan de toegevoegde waarde van een journalist?

Toen ik in oktober vorig jaar een artikel schreef over de demonstratie voor het behoud van Zwarte Piet, had ik geen idee wat dat zou losmaken.
Doordat het veelvuldig gedeeld werd via sociale media als Facebook en Twitter, bezochten zo’n anderhalf miljoen mensen dit blog en ruim 2000 mensen reageerden op het artikel.
“Bloggers en sociale media bereiken meer dan de reguliere journalistiek”, hoorde ik mensen zeggen. Daar zit wel een kern van waarheid in, maar maakt dat de reguliere journalistiek overbodig?

Bronnen
Ik vond het een belangrijk verhaal dus was blij dat het artikel alom gedeeld en geprezen werd. Het voelde goed.
Totdat een journalist een bericht op Twitter plaatste: “Zijn er mensen die het verhaal van De Heus kunnen bevestigen? En waarom zijn er niet meer foto’s?”
Daar schrok ik van. Waarom twijfelt een collega-journalist aan mijn verhaal? Waarom zou ik liegen?
Het duurde een paar seconden totdat ik besefte dat het terechte vragen waren. Die journalist deed zijn werk. Als een van de weinigen nam hij mijn verhaal niet klakkeloos aan en ging opzoek naar meerdere bronnen. Gelukkig kon ik mijn verhaal onderbouwen met foto’s en werd het door meerdere mensen bevestigd.

Syrië
Maar hoe is dat met andere berichten op de sociale media? Is alles wel wat het lijkt en is het verstandig om zomaar alles te retweeten op Twitter of te delen op Facebook?
Soms zie je berichten en vooral foto’s die zo’n indruk maken dat je ze meteen wilt delen.
Zo ging er vorige maand een foto ‘viral’ van een jongetje in Syrië dat tussen de graven van zijn ouders lag te slapen. “Het meest schokkende beeld van de oorlog in Syrië”, werd er druk getwitterd. Maar was dat wel zo?
Journalist Harald Doornbos zocht het uit en schreef er een artikel over op zijn blog. Wat bleek? De foto is niet in Syrië gemaakt, maar in Saoedi-Arabië. En het jongetje ligt niet tussen de graven van zijn ouders te slapen, hij poseert voor een kunstenaar. Iemand vond het dus nodig om deze foto in een andere context te publiceren en had daar misschien wel belang bij.

Logo
In Nederland kunnen ook minder schokkende berichten viral gaan. Zeker als het om geld gaat in combinatie met politici.
Gisteren berichtte De Telegraaf dat een nieuwe huisstijl de stad Amsterdam een ton kost en plaatste daar een plaatje bij van het oude en het nieuwe logo.
Er was een klein verschil. De vormgever had een keer op enter gedrukt.
Op Twitter en Facebook zag ik het plaatje vaak voorbij komen met de tekst: “Het nieuwe logo van Amsterdam kost een ton!”
De reacties: “Wat een oplichter die ontwerper. Een keer op enter drukken en een ton in zijn zak steken!” En: “Ik had het voor de helft gedaan!” En dan natuurlijk de gebruikelijke verwensingen in de richting van politici: “Zal wel een vriendje van de wethouder zijn!”

Onze belastingcenten
Natuurlijk is 100.000 euro veel geld en kun je je afvragen of een nieuwe huisstijl nodig was, maar uit deze reacties blijkt dat mensen een plaatje blind delen en niet naar de context kijken. Of men begrijpt niet wat het begrip ‘huisstijl’ inhoudt. Gemakshalve neemt men aan dat die ton rechtstreeks naar de vormgever gaat en dat hij of zij alleen het logo aanpaste. Maar alles waar het logo op staat, wordt aangepast. Denk aan briefpapier, enveloppen, visitekaartjes, maar bijvoorbeeld ook reclameborden en belettering. Dat is veel werk, vertelde ook Edo van Dijk van  ontwerp bureau Edenspiekermann in Het Parool.
“Van onze belastingcenten!”, hoor ik dan roepen. Maar als de gemeente nu lokale ondernemers inschakelt om de huisstijl te ontwerpen en uit te voeren? Het gaat al jaren niet goed met de grafische industrie dus als de gemeente Amsterdam nu een vormgever, drukker en een beletteraar aan het werk zet, scheelt dat misschien wel weer een paar uitkeringen. Het is díe nuance die ik vaak mis op sociale media en dat is misschien wel het grootste verschil met het werk van (de meeste) journalisten.

Burgerjournalistiek
Dankzij de techniek van tegenwoordig kan iedereen een artikel schrijven, een foto maken en alles delen via de sociale media. En dat is mooi. Zeker in gebieden waar journalisten hun werk niet kunnen doen. Maar vaak mis ik de nuance. Ik ben voorzichtiger geworden met het delen van berichten waarvan ik niet zeker weet wie de bron is. En het delen van een plaatje zonder context, zoals het logo van de gemeente Amsterdam, doe ik niet meer.
Daarom denk ik dat,  naast ‘burgerjournalisten’ en ‘burgerfotografen’, journalisten en fotojournalisten noodzakelijk blijven. Journalisten kunnen zich onderscheiden door integer te zijn, kritisch te blijven en verder te kijken dan de burgerjournalist. Ook voor fotojournalisten is dat de manier om zich staande te houden tussen het grote aanbod van foto’s van hobbyisten. Want hoewel veel van hen prima foto’s maken, heeft het vaak weinig met journalistiek te maken, zoals blijkt uit het verhaal van deze fotograaf over zijn foto op nieuwswebsite nu.nl. Op het eerste gezicht een goede nieuwsfoto, maar uit zijn verhaal blijkt dat het tafereel volledig geënsceneerd is. Ook die foto werd veelvuldig gedeeld via Facebook en Twitter. Alsof het nieuws was.