Jij hebt zeker wel een goede camera?

Het is me regelmatig overkomen dat ik mijn foto’s aan belangstellenden liet zien en de reactie kreeg: “Mooi. Jij hebt zeker wel een goede camera?”

Mijn antwoord is inmiddels net zo’n cliché geworden, als de vraag. Zij het in verschillende variaties: “Lekker gegeten, u heeft zeker wel goede pannen?” Of: “Ik ga een paar klapschaatsen kopen, dan kan ik meedoen aan de Olympische Spelen.” En zo heb ik er nog wel een paar.

Voetbalwedstrijd
Niet dat ik me druk maak om dat soort vragen. Ik vind het eigenlijk wel grappig.
Nog leuker is het wanneer je in de praktijk mensen tegenkomt die écht denken dat wanneer je goede apparatuur hebt, de rest vanzelf gaat.
Zo zat ik eens, in opdracht van het AD/Haagsche Courant, langs de lijn bij een voetbalwedstrijd. Gewoon amateurvoetbal.
Er kwam een man naast me zitten. Hij pakte zijn camera uit zijn tas, een Canon 1D Mark III, en schroefde daar een Canon 300 mm/F2.8 op.
De man begon enthousiast te fotograferen. Hij schoot op alles wat bewoog en liet de motordrive lekker door rammelen. “Hij zal wel haast hebben”, dacht ik nog “misschien moet hij nog naar een andere wedstrijd.”

Basiskennis
Toen het geratel naast me even ophield zag ik hem op het schermpje achterop zijn camera kijken. Hij zette grote ogen op en keek mij vertwijfeld aan. “Mag ik even wat vragen?”, zei hij voorzichtig. “Ik snap er niets van. Steeds wanneer ik mijn camera omhoog richt om een kopduel te fotograferen, verandert de belichting.”
Ik dacht even dat hij een geintje maakte, maar de vraag bleek serieus. De man had zijn camera op de automaat gezet en ging er van uit dat het dan wel goed zou komen. Hij begreep niet dat wanneer je je camera op de lucht richt, deze veel meer licht meet en dat je onderwerp (de voetballers) in dat geval onderbelicht worden. De basiskennis ontbrak bij deze man.

Nieuwe pannen
Geeft niets. Iedereen moet het leren en iedereen kan het leren. Zo ingewikkeld is het niet.
Ik begrijp alleen niet dat iemand zo’n € 12.000 aan apparatuur uitgeeft, maar niet weet hoe het spul werkt.
Ter plekke heb ik hem nog het een en ander uitgelegd in de hoop dat hij toch nog met goede foto’s thuis zou komen. Als dank nodigde hij me uit om bij hem te komen eten. “Ik heb nieuwe pannen”,  zei hij trots.

Kijk ook even naar het filmpje. Mooie voorbeelden van enthousiaste amateurfotografen:

Advertenties

Wat ben je waard, als fotograaf?

De meeste fotografen zullen het herkennen. Een potentiële opdrachtgever belt en vraagt om een offerte.
De prijs is van een aantal zaken afhankelijk: hoeveel foto’s moeten er geleverd worden? Hoe lang ben je er mee bezig? Hoe moeten ze worden aangeleverd? Wat gebeurt er met de foto’s? En meer van dat soort vragen.
Wil je zo’n opdracht binnenhalen moet je tegenwoordig een hele scherpe prijs offreren, de concurrentie van collega’s en amateurfotografen is immers groot.

De laatste jaren is het aantal collega-fotografen flink gegroeid. Veel mensen met een vaste baan, zeggen die voor de helft op en beginnen voor zichzelf als fotograaf. Daar heb je tegenwoordig niet veel voor nodig. De digitale camera en de computer zijn vaak al in huis en volgens familie en vrienden barst je van het talent.
Maar dan komt het: wat ga je rekenen voor je werk? Veel beginnend fotografen vergeten dat ze nu ook ondernemer zijn. En dat ze dus een realistisch tarief moeten rekenen om van hun werk, want dat is het nu, rond te komen. De meeste beginners zijn zo blij dat ze nu echt fotograaf zijn, dat de vergoeding van secundair belang is. “Ik heb van mijn hobby, mijn beroep gemaakt”.
Veel gehoorde argumenten zijn: “Ik ben een beginner, dus kan nog niet zo veel rekenen” of: “De eerste doe ik voor weinig of voor niets, dan komt die opdrachtgever zeker terug”. En ook een mooie: “Mijn naam staat bij de foto, dus ik krijg gratis reclame”.

Voor wie op deze manier begint, zal het fotograferen altijd een betaalde hobby blijven. Als een opdrachtgever jou benadert is dat omdat jouw werk hem bevalt, dus waarom zou je daar geen normaal prijskaartje aan hangen? En wie voor weinig of niets werkt en de naamsvermelding als beloning ziet, zal alleen klanten trekken die ook gratis foto’s willen.
Door deze ontwikkelingen zijn de tarieven onder druk komen te staan. Het aanbod van goedkope fotografie is zo groot, dat opdrachtgevers tegenwoordig vaak schrikken van een normaal tarief. Maar moet je daar, als fotograaf, in meegaan? Heeft het zin om de concurrentie aan te gaan met  fotografen die hun vaste lasten financieren middels hun parttime baan? Ik denk het niet. Het heeft weinig zin werk te verrichten, wat te weinig oplevert om van te leven.

Toch is dat moeilijk want bewust of onbewust, maken opdrachtgevers gebruik van die situatie. Na het leveren van de offerte begint het onderhandelen. Iedere fotograaf zal dit herkennen: “We hebben weinig budget, dus kan het voor de helft?” of “We kijken eerst hoe deze opdracht gaat, de volgende betalen we.” Gek genoeg is dat onderhandelen bijna gewoon geworden in de fotografie. In het filmpje kun je zien hoe vreemd dat eigenlijk is in de ‘normale’ maatschappij.

Foto-Jaaroverzichten 2010

Oranjesupporters in Zuid-Afrika

Ik geef het toe: Jaaroverzichten. Ik ben er gek op.
Of het nu om nieuws gaat of sport, om weerberichten of wie er zijn overleden in het afgelopen jaar, ik wil het weten.
Zelfs de jaarhoroscopen van het afgelopen jaar loop ik na om te checken of ik echt zo gelukkig in de liefde was als voorspeld.
Maar het mooiste van alles vind ik toch het terugkijken van foto’s die het afgelopen jaar gemaakt zijn. Ieder zichzelf respecterende krant maakt tegenwoordig een foto-jaaroverzicht en voor individuele fotografen is het ook een leuke bezigheid. Zelf stel ik aan het einde van het jaar altijd een fotoboekje samen van mijn eigen werk. Gewoon omdat het leuk is om nog eens te kijken hoe je werk zich ontwikkelt en het houdt je scherp: als het lastig is om er een beetje interessant boekje van te maken wordt het tijd om weer eens kritisch naar je werkwijze te kijken.
Voor mij was 2010 anders dan anders. Het eerste half jaar kabbelde rustig voorbij, maar in juni veranderde dat. Samen met mijn broer Tjapko begon ik aan de mooiste klus van het jaar. Wij mochten naar Zuid-Afrika om drie weken lang de oranjesupporters te volgen tijdens het WK voetbal. Filmend, fotograferend en schrijvend trokken we per camper door het prachtige Zuid-Afrika.

Na die klus volgde een redelijk rustige zomer, maar dat was best lekker want het was hard werken geweest in Zuid-Afrika. Een prima moment ook om eens na te denken over mijn toekomst in een veranderende media-wereld.
Al vrij snel kreeg ik ideeën voor grote fotoprojecten, daarnaast kwamen er mooie opdrachten binnen voor fotografie en voor complete multimedia-projecten. Het drukke najaar kon beginnen.

Alles was onder controle tot die ene zondag in september. Het was een prachtige dag. Ideaal om te gaan hardlopen in de duinen van Wassenaar. Met een groep van zo’n twintig man renden we over een mooi vlak fietspad. En daar was hij opeens: ‘De Put’. Niemand had er last van. Iedereen liep er omheen, behalve ik. Als donderslag bij heldere hemel, lag ik opeens op straat. Ik was op de rand gestapt en mijn enkel klapte dubbel: gescheurde enkelbanden.

Mijn enkel moest drie weken in het gips, daarna twee weken tape en sindsdien wekelijks fysiotherapie. Dat stond dan weer niet in mijn jaarhoroscoop.
Het slechte nieuws is dat de genezing van de enkel langzaam gaat, sterker er zit al weken geen verbetering meer in, maar als je het positief bekijkt: ik krijg steeds meer ideeën voor fotoprojecten en sta te popelen om te beginnen.
Het zal dus vast wel weer goed komen in het nieuwe jaar en hoop dan ook dat ik aan het einde zelf weer een interessant foto-jaaroverzicht kan laten zien. Tot dan moeten jullie het doen met een verzameling links van jaaroverzichten van anderen. Maar dat is geen straf, er zit prachtig werk bij.

Gelukkig Nieuwjaar!

Gerrit de Heus

Bekijk hier de lijst:

Vandaag, vijf jaar geleden (6)

17/11/2005. Minister Rita Verdonk bezoekt multicultureel zorgcentrum in Den Haag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17/11/2005. Minister Rita Verdonk bezoekt multicultureel zorgcentrum in Den Haag

 

 

Nikkelen Nelis

De moderne journalist moet van alle markten thuis zijn. Waar ooit het gereedschap bestond uit een blocnote en een pen, sleept hij nu een rugzak mee met videocamera, fototoestel en geluidsrecorder. De journalist is multimediaal en werkt crossmediaal. Daarmee doet hij of zij denken aan een Nikkelen Nelis, zo’n muzikant die probeert met handen, voeten en lippen het geluid van een compleet orkest te produceren.
De muziek van de Nikkelen Nelis klinkt vaak wat vals, omdat het lastig is om tegelijkertijd te trommelen én trompet te spelen. Zoals het voor een journalist ook lastig is om aantekeningen te maken tijdens het fotograferen of andersom.
Het gevaar van mutimediaal werken is dan ook dat de kwaliteit van het journalistieke product in zijn geheel achteruit gaat. Een goed artikel schrijven en een goede foto maken zijn twee verschillende dingen. Wanneer je beiden moet doen is de kans groot dat het ene onderdeel ten koste gaat van het andere of, nog erger, dat je beide onderdelen half doet.

Omdat op de meeste redacties de schrijvende journalisten het voor het zeggen hebben en beeldredacties schaars zijn, komt het vaker voor dat schrijvende journalisten fotograferen dan dat fotografen schrijven. Met als gevolg dat vooral de kwaliteit van de fotografie achteruit gaat.
Als fotograaf vind ik dat zonde. Niet omdat het om mijn broodwinning gaat, maar omdat ik liever een krant, tijdschrift of website zie waar fotografie serieus wordt genomen en misschien zelfs van toegevoegde waarde is.
Vaak hoor ik journalisten roepen dat het met de camera’s van tegenwoordig geen probleem meer is om een goede foto te maken. Een vreemd misverstand. Alsof het alleen om het gereedschap gaat. Zo geredeneerd zou ik kunnen zeggen dat ik met de juiste pen een interessant artikel zou kunnen schrijven.
Ik begrijp best dat we niet terug kunnen in de tijd en dat journalisten multimediaal zullen blijven werken. Maar het zou mooi zijn wanneer journalisten het fotograferen dan wel serieus zouden nemen. Verdiep je er een beetje in. Vergelijk je foto’s met die van professionele fotografen en leer daar van.

Nu moeten wij fotografen ons werk ook weer niet groter maken dan het is. We zijn makkelijker te vervangen dan de gemiddelde chirurg. Daarom geef ik de komende tijd, op dit blog, tips aan journalisten en redacteuren die ook fotograferen. Want wanneer je naast goed trommelen beter trompet leert te spelen, wordt de muziek daar alleen maar beter van.